Het brouwproces en kwaliteit

 

 

Het brouwproces en kwaliteit

 
 

1. De mout wordt tot een fijn meel gemalen en in silo’s opgeslagen

2. Samen met water wordt het in een beslagkuip gestort. We verwarmen dat beslag. Daardoor zetten de enzymen het zetmeel in de moutkorrels om in suikers. Die suikers zullen later vergisten.

3. Na de versuikering worden de overtollige moutresten – draf genoemd – uit dat beslag gefilterd. Wat overblijft is wort, een klare oplossing van vergistbare suikers. De gewenste hoeveelheid hop wordt toegevoegd om het bier zijn specifieke aroma te geven. Het wort wordt gekookt. Na het koken, filteren we nogmaals om hopresten te verwijderen.

4. Vervolgens koelen we de wort af tot de juiste temperatuur voor de gisting. Er wordt gist toegevoegd aan de wort om het gistingsproces te starten. De gist zet de suikers om in alcohol en koolzuurgas (CO2). Gedurende een aantal weken – afhankelijk van het type gist – laten we de wort gisten en op smaak komen.

5. Lagering: In deze fase van het proces ontstaat het uiteindelijke bier met het juiste alcoholpercentage en een volle smaak en aroma.

6. We spreken weliswaar al van bier, maar door de gist is het nog troebel. Een laatste filtering zal ervoor zorgen dat we een helder bier bekomen. Sommige speciaalbieren blijven ongefilterd en hebben een troebel uitzicht (vooral bij witbieren en bieren met hergisting op de fles)

7. Klaar om afgevuld te worden in fles, blik of vat.

 

In elke fase van het brouwproces worden er stalen genomen om de kwaliteit van het bier te garanderen. Dankzij de moderne brouwinstallaties verloopt het hele proces in optimale hygiënische omstandigheden.